Dit is Nienke Feenstra: Soroptimist én president

Na een roerig jaar werd Nienke Feenstra Unie president van Soroptimist Nederland. Dit is haar verhaal. ‘Soms zijn crises nodig.’

soroptimist-nederland-president-Nienke-Feenstra_origineel.jpg

 Ze heeft er hard voor moeten knokken: voor haar eigen carrière én om drempels voor andere vrouwen te slechten. Nu is ze president van Soroptimist Nederland: Nienke Feenstra. Dit is haar verhaal. ‘Soms zijn crises nodig.’

Begin mei, stromende regen. Nienke Feenstra is volledig in regenjas gehuld op de fiets haar tuin binnen geraced. ‘Kom net van het kantoor in Amsterdam. Metro gemist, sorry.’ Maar volgens afspraak zitten we klokslag 2 uur klaar voor ons gesprek bij haar thuis in Hilversum.

Jammer genoeg niet buiten in de weelderige tuin: uitbundig bloei – en de gele azalea, een hoge ginkgo biloba en overig groen met strategische zitjes voor middagen avondzon. Plus een hele rij potjes met stekken. ‘Voor de tuinen van onze kinderen. In welk weekend ga ik dat nou ’s doen…’ Maar binnen zitten in de keuken van Nienke is ook geen straf: fijne plek, vol uitzicht op de tuin.

Van Unie president tot past-president

Nienke Feenstra is onze Uniepresident. Op de Zomervergadering in Emmen is ze per 1 oktober van dit jaar benoemd tot past-president. Nienke was er bij toen vorig jaar negen vrouwen een interim-bestuur vormden om het vacuüm te vullen dat was ontstaan nadat het vorige uniebestuur tussentijds opstapte. Veel woorden wil ze er nu niet meer aan besteden. ‘Crises heb je nodig af en toe. Die leiden tot het aanscherpen van doelstellingen en processen.’ De uitkomst daarvan was op zaterdag 1 juni bij de Zomervergadering/Inspirada in Emmen te zien: een kleine bestuurstafel op het podium en slechts drie vrouwen er achter met daar waar nodig toelichting door deskundigen. Slagvaardig, goed voorbereid, to the point.

Vastberaden waar het moet, soepel waar het kan

Vastberaden waar het moet en soepel waar het kan. Past goed bij Nienke Feenstra, die in haar werk bij de politieorganisatie en op het gebied van openbare orde en veiligheid haar sporen verdiende. Maar daarover later meer.

Bèta-hersens en een sociale focus

Nienke woonde totdat ze ging studeren met haar ouders en twee oudere broers in Den Haag. ‘Mijn beide ouders hebben hun vader jong verloren. Daarom ben ik opgevoed met het idee dat wij kinderen een opleiding moesten volgen om economisch zelfstandig te worden, of je nou een jongen of een meisje was.’ Voor Nienke werd het een studie scheikunde aan de universiteit Leiden. ‘Ik heb bèta-hersens, maar ook een sterk sociale focus. Ik wilde het milieu redden met scheikunde. Maar het werd me duidelijk dat ik dan door zoveel humbug heen moest…. Ik stopte.’ Na een beroepskeuzetest kwam onder meer de politieacademie naar voren. ‘En daar heb ik me voor aangemeld. Het was nog maar het 3e jaar dat vrouwen werden toegelaten. Ruim 600 aanmeldingen voor vier plaatsen, vreselijk strenge selectie met intensieve gesprekken en zware sporttesten.’ Nienke werd toegelaten en merkte al snel dat ze haar wiskundige talenten goed kon gebruiken voor bijvoorbeeld het oplossen van verkeersvraagstukken. De stages in de opleiding bevestigden dat ze op de goede plek zat. ‘Met je poten midden in de maatschappij! Ik vond dat fijn. Ik was de eerste geüniformeerde vrouw die in Zeeland rondliep. Alle ogen waren gericht op Kwatta. Er waren mitsen en maren, kan ze dat wel? En iedereen wist ook al snel dat ik ongehuwd samenwoonde….. Een wijze oudere adjudant bracht het tumult tot bedaren.’

Vechten voor vrouwen

Dat haar scriptie ging over vrouwen bij de politie was bijna vanzelfsprekend. Ze liet meer en meer van zich horen, werd actief lid van de FNV-Nederlandse politiebond, werd later voorzitter van de Werkgroep Gelijke Kansen en richtte met vrouwelijke collega’s het European Network of Policewomen op om een nog steviger vuist te kunnen maken. ‘De ervaringen waren overal gelijk. Toegang tot hogere functies moest worden bevochten. Mijn vakbondslidmaatschap beviel mijn hoofdcommissaris helemaal niet. Dat heeft me een bevordering in rang gekost. Niet de enige!’

‘mijn vakbondslidmaatschap heeft me bevorderingen gekost’

Nienke vocht voor betere selectiecriteria voor vrouwen bij de politie, mogelijkheden voor deeltijdarbeid, kinderopvang, aangiftemogelijkheden voor seksuele intimidatie. Verscheidene publicaties maken daar melding van. Nadat ze de politieacademie had afgerond ging ze in Arnhem werken. ‘Eerst drie jaar surveillance, drie jaar verkeerspolitie en de ME in. Ook daar was ik de eerste vrouw in uniform. Dat viel wel op, zo’n helm met een bos blond haar er onderuit.’ In artikelen over de veldslag tussen krakers en de ME en Marechaussee in Nijmegen – aanleiding: de bouw van een parkeergarage – verschenen foto’s waarop die ene vrouw van de ME goed te zien was: Nienke Feenstra in vol ornaat. Maar bevorderingen bleven uit. Nienke stapte over naar Hilversum, gemeentepolitie. ‘De korpschef – getrouwd met een politievrouw – vroeg me waarom ik eigenlijk nog geen hoofdinspecteur was. Die snapte het! Ik kwam in een warm bad.’ In Hilversum maakte ze kennis met de Soroptimisten en in 1985 werd ze geïnaugureerd. ‘Nog een warm bad. De Soroptimisten zijn altijd een steun en een klankbord voor mij. Toen ik twijfelde of ik kinderen en werk wel kon combineren, was er die oudere arts in onze club. In 1944 afgestudeerd, drukke specialistenpraktijk, drie eigen kinderen en 2 pleegkinderen! Toen wist ik het: ik wil ook kinderen.’

‘ineens belandde ik bij een bedrijf waar iedereen gelijk was: man én vrouw’

In 1987 en in 1989 werden de kinderen van Nienke en haar echtgenoot geboren. Haar werk bij de politie bleef natuurlijk doorgaan en ook de Soroptimistclub wist haar te vinden. Jarenlang combineerde Nienke haar werk op diverse niveaus van openbare orde en veiligheid met Soroptimist-werkzaamheden. Ze was leider van een project om contacten van het publiek met de politie effectiever te maken. Drie korpsen deden mee en later werd het een landelijke aanpak voor het telefoonnummer 0900-8844. Samen met KPN kwamen alle korpsen op 1 lijn. Na afloop bood KPN haar een baan aan. Weg bij de politie, het bedrijfsleven in. Bureau Berenschot haalde haar binnen. ‘Geen onderscheid man-vrouw, iedereen gelijk, ik wist niet wat me overkwam.’ Daarna werkte ze vier jaar als programma-manager integrale veiligheid in de gemeente Almere.

En toen werd ze ziek…

Tenslotte werd ze directeur van een tbs-kliniek in Amsterdam en nog eens drie jaar op de VU Amsterdam afdeling Psychiatrie, onder meer als interim-projectleider elektronisch patiëntendossier. ‘En toen…. borstkanker. Na een borstbesparende operatie moest ik bestraald worden. Omdat het Anthonie van Leeuwenziekenhuis vlak bij de VU ligt ging ik daar zeven weken lang om 8 uur ’s ochtends naar de bestraling zodat ik om half 9 weer aan het werk kon. Een moeilijke periode, ziek zijn en zo’n interim-functie.’ Vervolgens werd Nienke directeur van de tbs-kliniek Veldzicht in Balkbrug. Headhunters zochten een zwaargewicht en hoorden van verscheidene kanten: ‘Kijk maar waar Nienke uithangt, die moet je hebben.’ Ze wist met man en macht en met de bevolking van Balkbrug achter zich te voorkomen dat de kliniek dicht ging. Toen ze in 2015 definitief stopte viel er een last van haar schouders. ‘Altijd op je qui vive zijn, altijd strijden. Ik was er klaar mee.’ In een jaar ‘niets’ doen kwamen er Soroptimistfuncties op haar pad: coördinator clubIMPULS en ondersteuner van de Friendshipdaysgroep. En dat maakt het verhaal rond, want van daaruit raakte ze betrokken bij het interim-bestuur en werd ze vervolgens Uniepresident. In een klein bestuur met een praktische aanpak met veel plezier en resultaat.

 

Tekst: Coosje Hoekstra Foto’s: Rens Metz en archief Nienke Feenstra