Benin, bijna thuisbasis van regiocoördinator oost en watervrouw Rosemarie Mertz, lid van club Almelo. Het is een gewone maandagochtend ergens in februari als Rosemarie me belt en vraagt: ‘Kan ik even bij je langs komen? Ik wil even wat tegen je aan houden.’ Dat kan en na een geïmproviseerde maaltijd, waarvoor ze heel toepasselijk maar puur toevallig, vers geroosterde, geurige kokos uit Benin heeft meegenomen, steekt ze van wal.

 

Benin_-_toilet_op_de_markt.jpg

Ze vertelt over het sanitatieproject EcoSan Benin, waarbij puur plastisch uitgedrukt, poep en plas al in het toilet gescheiden worden. ‘Afval als belangrijke grondstof in de landbouw! De fecaliën zijn een prima bodemverbeteraar en door de waardevolle stoffen in de urine halen ze een 30 tot 40 procent hogere opbrengst van de gewassen.’ En heel belangrijk: het spaart het milieu en verbetert de gezondheid. ‘De mensen worden overgehaald om hun behoeften niet meer in het vrije veld te doen. Want als je dit met EcoSan-toiletten doet, brengt het oogst = geld op. Dit is zoveel veiliger voor meisjes. In plaats van in je blote billen achter een bosje.’ Soroptimist Rosemarie Mertz ontdekte het Ecosanprincipe tijdens het World Water Forum in 2006 in Mexico en dacht ‘Dit vind ik gaaf!’

‘Geluk valt niet uit de hemel, daar moet je wat voor doen’

Met haar achtergrond in landbouw en water, haar hang naar praktische en ecologische oplossingen heeft ze net zo lang gezocht, gepraat, gelobbyd en mensen geïnteresseerd tot ze dit in 2015 in Benin kon introduceren. Hoe KOM je zo gedreven en betrokken bij een land, vraag ik haar. Hoe pak je dat aan? ‘Nou, dat is heel simpel’, antwoordt ze. ‘Via Soroptimisten. Ik heb gewoon gebeld met het bureausecretariaat. Ik ga naar Benin, zijn daar Soroptimisten met wie ik contact kan opnemen? Die verwezen me naar Mariet (Verhoef Cohen, onze huidige SI president; red.). Inmiddels heb ik vriendschappen gesloten, verschillende logeeradressen en is Benin mijn tweede vaderland geworden. In 2011 ging ik daar voor het eerst heen, toen Agriterra me meevroeg, voor een evaluatie of er toekomst zat in de samenwerking Nederland-Benin. Ik sprak Frans wat een voordeel was. Ik bezocht toen de landbouwpraktijkschool SAIN, waar op dat moment alleen jongens op zaten. Nu zijn er ook meisjes op die opleiding . Het is een hands-on project, gericht perspectief bieden aan jongeren zodat ze een toekomst voor zichzelf zien in duurzame landbouw en niet uitwijken naar de stad. Een geweldig project: mensen leren iets voor de toekomst. Geluk valt niet uit de hemel, daar moet je wat voor doen.’

Wil je zien hoe EcoSan in Benin werkt? Kijk dan dit filmpje:

Friendshiplink 3.0
Rosemarie zoekt clubs in Nederland die het leuk vinden om een Friendshiplink 3.0 op te starten. Waarbij je de samenwerking opzoekt in een bepaald onderwerp, zoals dropouts in Nederland en Benin; kunnen we met elkaar expertise uitwisselen? Bijdragen aan elkaars project, over en weer. Ze heeft met vijf van de zeven clubs in Benin rechtstreeks contact. Dus mailadressen en telefoonnummers zijn voorhanden. Je hoeft het alleen maar te willen. ‘De tijd dat wij westerlingen geven en dat de ‘armen’ mogen ontvangen is voorbij. Het moet meer zijn dan het geven van cheques. Ze moeten zelf willen aanpakken. Er is een mooie vergelijking: geef een hengel, en geen vis! Soroptimisten in Benin doen het ook zo’, besluit ze. ‘Bekijk als club nu eens de lijst met projecten, en bedenk welke je in partnerschap zou willen doen.’

‘Geef een hengel en geen vis’

Rolmodel

Benin_-_Rosemarie_op_de_markt.jpg

Een volgend ‘project’ in het land dat ze in haar hart gesloten heeft: de jonge ondernemer Armel. ‘Hij haalt olie uit kokosnoten en werkt sinds drie jaar met dertig vrouwen. De vrouwen vormen een soort maatschap met elkaar. Inmiddels heeft hij er twee groepen bij die op dezelfde manier werken. In totaal vinden nu negentig vrouwen hier een baan. Stap voor stap hebben ze samen het product verbeterd en van een middelmatig product een topproduct gemaakt. Het is in Duitsland als uitmuntend uit de test gekomen. Kokospalmen zijn daar vaak als omzoming geplant, niet echt op een plantage. Als het op het juiste moment geoogst en op de juiste manier verwerkt en bewaard wordt, is de kokos roomwit van kleur. De vrouwen zijn de producent. Zo behandelt Armel hen ook.

‘Van de eerste van die 30 vrouwen kan nu een kind naar de universiteit’

Met zichtbare trots vervolgt ze: ‘Er kan nu van die eerste dertig vrouwen een kind naar de universiteit. Eind 2017 vertelde Armel mij dat hij in Benin alleen kon lenen tegen 25 procent rente. Toen heb ik mijn netwerk gevraagd of men bereid was hem te lenen tegen 5 procent rente. Binnen drie weken was dat rond en ruim een derde kwam van Soroptimisten. Dat geld is besteed aan machines, besteld bij een ondernemer in Benin die zich via PUM (Programma Uitzending Managers) heeft ontwikkeld en daarmee produceert hij nu koud en warm geperste kokosolie.’ Voor Armel was dit zo’n opsteker: twintig mensen die hem vertrouwen gaven was voor hem een kantelpunt als ondernemer.

‘Dat zo’n ondernemer vertrouwen krijgt, dat is een kantelpunt’

Nu heeft hij prijzen gewonnen voor goed ondernemerschap, en hij werkt toe naar zero-waste, het gebruik van de hele kokosnoot. Wat er overblijft na het persen wordt gebruikt in bakkerijen. ‘Armel en zijn vriendin ontwikkelen zich tot mondige rolmodellen in de samenleving. Dat vind ik gewéldig om te zien!’ Inmiddels heeft Armel een sollicitatiegesprek gehad bij de Nederlandse ambassade voor een beurs voor een ondernemerschapscursus in Wageningen. Slotsom van haar bevlogen verbindingsverhaal, waarmee ze tegen 10 uur ’s avonds afscheid neemt: ‘Met een niet zo grote inzet kun je op cruciale momenten het verschil maken. Met elkaar, oost en west, brainstormen over ideeën. Projecten 3.0 noem ik dat. Dit is een succesverhaal, gebaseerd op vertrouwen en contacten, elkaar wijzer maken. Zo verhoog je de kans van slagen van een project: met ervaringen delen en contacten opbouwen. Dán kun je echt bouwen.’


Tekst: Dietlindt Seijsener
Foto’s: archief Rosemarie Mertz