Als er kunstwerken uit het Van Abbemuseum worden uitgeleend aan Rusland doet Kim Sluijter geen oog dicht. ‘Je stuurt  voor miljoenen op pad!’ 

Kim_Sluijter.jpg

 Kunsthistoricus Kim Sluijter, lid van Soroptimist International club De Meierij, werkt dagelijks tussen de 3.300 moderne kunstwerken van het Van Abbemuseum in Eindhoven. Achter de schermen zorgt ze dat de ruim 100.000 bezoekers wisselende tentoonstellingen kunnen zien en dat andere musea de werken van Mondriaan, Lissitzky, Picasso of de vele andere kunstenaars in bruikleen krijgen. 

Kim Sluijter is een frêle dertiger die vol passie over haar werk vertelt. Samen lopen we door één van de museumzalen van het Van Abbemuseum. ‘Deze zandzakken lopen wel eens leeg’, vertelt ze als we langs het kunstwerk Civilian Defense lopen. De honderden zandzakken in verschillende kleuren en designs vormen een cirkel. Bezoekers kunnen er in- en op zitten. ‘Dan bellen ze mij en moet ik zorgen dat het weer opgeruimd en hersteld wordt.’ Kim is registrar en coördinator collecties in het museum. Zodra een kunstwerk van het Van Abbemuseum verplaatst wordt, of dit nu in het museum of erbuiten is, dan is Kim erbij betrokken. 

Sluijter regelt de bruiklenen van kunstwerken, ze is verantwoordelijk voor de collectiepresentaties en coördineert de wisselingen op zaal. ‘Voor Civilian Defense moesten wij uitzoeken of de constructie van de vloer sterk genoeg was om het kunstwerk te dragen. Hier, voel maar eens een zak, loodzwaar.’

‘Kunst is een sneetje van de samenleving’. 

‘Ik weet inhoudelijk niet veel van de moderne kunst in dit museum, maar ik weet wat er nodig is om het in de zaal te krijgen’, lacht Kim. ‘Het kan ingewikkeld zijn om moderne werken te installeren. Ik werk nauw samen met onze Technische Dienst en de afdeling Beheer & Behoud. Zij hebben de specialistische kennis om de kunst op de goede plek te krijgen.’ 

Klik op de video voor een virtueel kijkje

Miljoenen op pad
Wie een werk van het museum in bruikleen wil, komt bij Kim Sluijter terecht. ‘Ik vond het werk pittig toen ik hier net kwam. Het zijn kostbare werken en ik moet alles goed regelen. Je stuurt zomaar voor miljoenen op pad.’ Als een ander museum een kunstwerk wil lenen, laat Kim eerst uitzoeken of het verplaatst kan worden. Sommige werken zijn te kwetsbaar. Maar meestal kan het werk naar een ander museum. De kunst gaat dan goed ingepakt, met de juiste transporteur en, als dat nodig is, met een begeleider van het museum op reis. Een begeleider kijkt erop toe dat de condities voor het werk onderweg en bij de installatie goed zijn. Bruiklenen naar Rusland vindt Kim spannend. 

‘Acht dagen op pad in een vrachtwagen met chauffeurs die alleen Russich spreken’.

‘Mijn collega zit dan acht dagen lang op de vrachtwagen met chauffeurs die alleen Russisch spreken. We werken met Russische transporteurs. De wachttijden bij de grens zijn onvoorspelbaar. Dit kan een uur zijn, maar ook twee dagen.’ Met de Russische transporteurs verlopen de grenscontroles soepeler en het risico op lange wachttijden is een stuk kleiner.’ Kims  collega belt zodra ze in haar hotelkamer is. ‘Ik doe pas een oog dicht als ik weet dat ze veilig is aangekomen.’ 
Inmiddels weet Kim van veel werken precies hoe het verpakt moet worden en met welke transporteur ze het mee kan sturen. Maar er zijn altijd bruiklenen die weer een grote uitdaging zijn. ‘We hebben pas een tentoonstelling in Bratislava ingericht, waarvoor 102 werken van Lissitzky moesten worden vervoerd. Het waren twee volle vrachtwagens waarvan één vrachtwagen met trailer. Daar zit heel veel werk in: opmeten, lijstjes maken, controleren en nog eens controleren.’ 

Begrijpen wat er speelt.
Kim studeerde af op 17e- eeuwse kunst. Die kennis is voor haar baan in het Van Abbemuseum niet zo relevant.  ‘Ik ben nu bezig met de praktische kant, het organiseren en regelen van de bruiklenen en de collecties. Ik inventariseer bij mijn collega’s van Beheer & Behoud welke werken restauratie nodig hebben en regel dat dan. Als er werken uit de zaal gehaald zijn voor restauratie of bruikleen, dan regel ik dat de lege plek wordt opgevuld.’ Volgens Kim is belangrijk dat je begrijpt wat er speelt in een museum om dit werk te kunnen doen. ‘We hebben kunstwerken die kostbaar, kwetsbaar, belangrijk zijn. Niet alleen voor het museum, maar binnen de kunstgeschiedenis. Die wil je graag tonen aan het publiek, maar ook veilig van A naar B brengen en weer terug.’ Musea lenen van elkaar of maken samen tentoonstellingen. 

‘Kunst uitlenen is wel alsof je een baby’tje uitleent’ 

Ze hebben elkaar nodig. Vertrouwen is daarbij belangrijk. ‘Als je kunst uitleent dan wil je dat waar kunnen maken. Overal ligt een contract achter, maar het is wel je baby’tje dat je uitleent. Het is verzekerd, maar dat zegt helemaal niks. Wat is geld als er maar één exemplaar ter wereld bestaat. Die kunstenaars zijn er niet meer, als het werk weg is, is het weg.’ 

Seksualiteit of huisvlijt
‘Ik ben stiekem blij dat ik niet de hele dag met de schilderijen uit de 17e eeuw werk, die ik zo mooi en zo leuk vind. Nu vind ik het nog leuk om naar die schilderijen te kijken. Naar een museum gaan vind ik soms moeilijk. Ik kijk altijd naar de verlichting, de vorm, het klimaat. En dan niet naar de Kunst’, zegt ze lachend. Kims interesse in de oude kunst blijft. Kunst geeft ons inzicht in de geschiedenis. Ze is een onderzoek gestart naar de verbeelding van vrouwen in de 17e eeuw die met textiel werken. ‘Op vrij veel schilderijen uit die tijd zie je vrouwen die handwerken. Dat vind ik heel typisch. Er zijn altijd maar twee interpretaties geweest. Vooral de iconologische interpretatie: vrouwen zijn aan het naaien, dus dat is iets seksueels. En de andere interpretatie is dat het gewoon goede huisvrouwen zijn. Ik denk dat er meer interpretaties mogelijk zijn.’

‘kunst hoort niet in een depot, die is er om gezien te worden’

‘Je ziet vrijwel nooit vrouwen die breien op schilderijen uit die tijd, dat is toch raar? Terwijl breien al heel lang bestaat. Dat deden ze al in het oude Egypte. Je ziet wel kantklossen, spinnen en haspelen. Een kunstwerk staat nooit op zichzelf. Een schilder maakt dat werk met een reden. Die man moest ook gewoon geld verdienen, zeker in de 17e eeuw. Ze maakten schilderijen waar vraag naar was. Waren die plaatjes erg in trek? Schilderen ze daarom zoveel van die dames? Wie waren die dames en wie kocht het werk? Of is het werk in opdracht gemaakt? Ik ben gewoon ontzettend nieuwsgierig hoe het zit.’

Blanke mannen
In één van de zalen van het museum hangen zes posters ontworpen door de Guerrilla Girls. Deze groep Amerikaanse kunstenaressen doen ‘guerrilla’ acties om meer vrouwelijke kunstenaars in musea te krijgen en vragen aandacht voor gelijke beloning van vrouwen in de kunstwereld. Ze willen anoniem blijven en dragen daarom gorilla maskers. ‘It’s even worse in Europe’, roept één van de posters. Kim: ‘Musea hebben vooral kunst van blanke mannen aangeschaft. Dat was gezien de tijd niet vreemd, vrouwen werden niet erkend als kunstenaars. Als ze kunst maakten, zag men dat als hobby.’

‘In die tijd werden vrouwen niet als kunstenaar erkend’

De posters hebben hun weg gevonden naar de museumzalen door bemiddeling van club Eindhoven. Het museum verbindt zich elk jaar aan maatschappelijke groepen, die een werk kiezen uit de collectie. Op deze manier wil het museum meer diversiteit in de collectiepresentatie brengen. Club Eindhoven was er één van. ‘Het zijn eigenlijk posters, maar nu hangt het als kunst in ons museum.’

Wie dat zijn, die Guerilla Girls? Kijk maar:

Wat betekent kunst voor Kim? ‘Ik zie kunst in een breder perspectief. Kunst op zich is één ding, maar kunst in samenhang met de samenleving, met cultuur en architectuur geeft een mooi compleet plaatje van de  amenleving. Hier in het museum hebben we een sneetje van de samenleving. We hebben een klein sneetje, want we hebben alleen kunst, en ook een korter sneetje want het is alleen modern. Maar we hebben ook weer een brede snede, want we hebben de hele wereld. Een kort breed sneetje; het wordt steeds vager. Ik moet het tekenen’, lacht ze. Kim opent de deur naar het depot met haar pas. ‘Er zijn maar een paar mensen die hier toegang hebben.’ Hier  staan de schilderijen dicht opeen in rekken opgeslagen. Ze trekt een van de rekken uit de rij. ‘Dit is ons topstuk, een Chagall, de goudverf is erg kwetsbaar, we hebben er glas voor laten zetten.’ Zo kan het veilig naar andere musea. ‘Want kunst hoort niet in een depot’, zegt Kim, ‘dat is er om gezien te worden.’
 

Tekst: Esther Krista Bos
Foto’s: Niek Tijsse Klasen